Meesterlijk Gemopper copertina

Meesterlijk Gemopper

Meesterlijk Gemopper

Di: H.W. van Weijlen
Ascolta gratuitamente

Offerte di stagione | 0,99 €/mese per i primi 3 mesi

A seguire 9,99 €/mese – si applicano condizioni. Puoi disdire mensilmente.
Meesterlijk Gemopper is de podcast van H.W. van Weijlen met droge, herkenbare en licht cynische verhalen uit de bovenbouw van de basisschool. Over leerlingen, lessen, vergaderingen en alles wat het onderwijs prachtig, vermoeiend en soms volstrekt onlogisch maakt.H.W. van Weijlen
  • Samenwerken
    Oct 9 2026

    Samenwerken

    9 oktober 2026


    Vandaag deden we groepswerk. Vier leerlingen kregen samen één opdracht. Het idee was dat ze zouden overleggen, taken verdelen en gezamenlijk tot een goed resultaat zouden komen. Dat soort dingen staan ook altijd mooi in methodes. Daar heet het dan samenwerken. In de praktijk betekent het vooral dat vier kinderen aan dezelfde tafel zitten.

    Ik verdeelde de groepjes en legde de opdracht uit. Ze moesten samen een poster maken. Er moesten drie onderdelen op komen, iedereen moest iets bijdragen en aan het einde zou één iemand kort presenteren. Vrij overzichtelijk, vond ik zelf.

    Na drie minuten wist ik beter.

    In het eerste groepje had één leerling het werk al volledig naar zich toegetrokken. Hij schreef, tekende en bepaalde wat er op de poster kwam. De andere drie accepteerden dat zonder veel protest. Eén van hen schreef vooral zijn naam bovenaan. Groot. Met een uitroepteken erachter.

    “Je moet ook iets bijdragen,” zei ik.

    “Dat heb ik gedaan.”

    Hij wees naar zijn naam.

    Het was inderdaad een bijdrage. Niet inhoudelijk, maar wel duidelijk aanwezig.

    Aan de andere kant van de tafel zat een leerling al minutenlang te discussiëren over het lettertype.

    “Dit moet met blokletters.”

    “Waarom?”

    “Omdat dat mooier is.”

    Ik vroeg wat er tot nu toe inhoudelijk op de poster stond. Dat wist hij niet precies. Hij vond vooral dat de titel groter moest.

    De vierde leerling had zich inmiddels volledig uit het project teruggetrokken en was met iemand van het groepje ernaast in gesprek geraakt over voetbal. Welke club kampioen zou worden, welke spits slecht was en waarom een scheidsrechter van afgelopen weekend “echt blind” moest zijn geweest.

    Ik vroeg of hij wist wat de opdracht was.

    “Ja hoor.”

    “Wat dan?”

    Hij keek naar de poster.

    “Dit.”

    Dat vond ik knap samengevat.

    Tien minuten later ging ik opnieuw langs. De harde werker was nog steeds bezig. De naam stond inmiddels in drie kleuren bovenaan, het lettertype was na een langdurige onderhandeling vastgesteld en de voetbaldialoog had zich uitgebreid naar twee andere kinderen.

    Ik vroeg of dit volgens hen goed samenwerken was.

    “Ja,” zei iemand.

    “Hoe dan?”

    “We zijn toch samen?”

    Daar zat technisch gezien weinig tussen.

    Aan het einde presenteerden de groepjes hun werk. De leerling die alles had gedaan, gaf ook de volledige presentatie. De anderen stonden ernaast en knikten af en toe deskundig. Eén wees zelfs naar een stukje tekst dat hij zelf niet had geschreven.

    Na afloop vroeg ik wat ze van groepswerk vonden.

    “Leuk,” zei iemand.

    Natuurlijk.

    Ik vond het ook leerzaam.

    Vooral voor mij.

    Volgende keer krijgen ze allemaal gewoon een eigen vel papier.


    Mostra di più Mostra meno
    3 min
  • Klaar, meester!
    Oct 8 2026

    In iedere klas zit een leerling die een merkwaardige relatie met tijd heeft. Waar de rest van de groep twintig minuten nodig heeft voor een taak, heeft hij er vier nodig. Soms drieënhalf, als hij haast heeft. De snelle werker. Niet te verwarren met de goede werker. Dat is een ander kind.

    Ik heb nog maar net uitgelegd wat de bedoeling is als er achterin al een hand omhooggaat. “Meester, ik ben klaar.” Dat wordt altijd uitgesproken met een mengeling van trots en lichte irritatie, alsof ik hem persoonlijk heb opgehouden door eerst nog instructie te geven. Ik kijk dan automatisch op de klok. Vier minuten. Twintig opdrachten. Zelfs een accountant met een cocaïneprobleem zou hier vragen bij hebben.

    Bij controle blijkt meestal dat hij inderdaad twintig nummers heeft aangeraakt. Dat is iets anders dan maken. Som 1 staat er keurig. Som 2 ook. Daarna volgt som 6, vervolgens 9 en via een verrassende tussenstop bij 14 komen we uiteindelijk uit bij 20. De ontbrekende opdrachten worden beschouwd als administratieve ballast. Details voor mensen die niet begrijpen dat snelheid belangrijker is dan volledigheid.

    “Die hoefde toch niet allemaal?”

    Jawel.

    “Ook 13?”

    Vooral 13.

    De snelle werker leest bovendien nooit een opdracht helemaal. Dat kost tijd. Bij “Schrijf drie redenen waarom…” schrijft hij één reden. Bij “Leg je antwoord uit” schrijft hij een antwoord. Uitleg is blijkbaar een luxeproduct. En als ergens staat dat je een zin moet onderstrepen, omcirkelen én verbeteren, kiest hij meestal voor geen van drieën. Efficiëntie moet ergens beginnen.

    Daarna begint het echte probleem: hij is klaar.

    Een leerling die klaar is, verandert binnen dertig seconden in een zelfstandig recreatiecentrum. Eerst draait hij zijn potlood tussen zijn vingers. Dan tekent hij iets op zijn gum. Vervolgens kijkt hij bij zijn buurman, die daar niet om heeft gevraagd. Daarna ontdekt hij dat er aan de andere kant van het lokaal iemand zit met wie hij dringend een gesprek moet voeren over voetbal, een game of iets dat gisteren op TikTok stond.

    Dus geef ik extra werk.

    Daar is hij minder snel mee.

    “Moet dat?”

    Nee, het ligt hier puur ter decoratie. Wat denk je zelf?

    Ik heb geprobeerd uit te leggen dat snel werken alleen handig is als het werk daarna ook goed blijkt te zijn. Dat je beter twaalf minuten zorgvuldig kunt werken dan vier minuten alsof het gebouw wordt ontruimd. Hij knikt dan serieus. Soms zelfs overtuigend. Daarna gaat hij opnieuw aan het werk en is hij binnen vijf minuten klaar.

    Vooruitgang.

    Toch heb ik bewondering voor dat rotsvaste vertrouwen. Zelf zou ik na dertien vergeten sommen enige twijfel voelen. Hij niet. Hij levert zijn schrift in alsof hij zojuist de Olympische finale hoofdrekenen heeft gewonnen.

    En eerlijk gezegd: soms klopt alles ook nog.

    Dat vind ik misschien nog wel het meest irritant.


    Mostra di più Mostra meno
    3 min
  • De groene stoel
    Oct 6 2026

    In mijn lokaal staan twee soorten stoelen. Rode en groene. De rode zijn iets kleiner, de groene iets groter. Dat klinkt als een eenvoudig systeem, en dat is het ook, zolang je geen kinderen hebt.

    De groene stoelen zijn bedoeld voor leerlingen die wat langer zijn. Niet omdat ik daarmee een sociaal onderscheid wil aanbrengen, maar omdat knieën ergens moeten blijven. Je probeert als school toch te voorkomen dat een kind tijdens begrijpend lezen met zijn bovenbenen tegen zijn kin zit.

    Op maandagochtend komt er een leerling naar me toe.

    “Meester, mag ik een groene stoel?”

    Ik kijk naar hem. Hij is niet bijzonder groot. Niet klein ook. Gewoon een leerling van een meter zoveel die uitstekend past op de rode stoel waar hij op zit.

    “Waarom?”

    Hij wijst naar zijn beste vriend.

    “Hij heeft er ook één.”

    Daarmee is volgens hem de zaak rond.

    Ik leg uit dat zijn vriend ongeveer tien centimeter langer is en daarom een iets grotere groene stoel heeft.

    “Ja, maar wij zitten naast elkaar.”

    Dat klopt. Ook de prullenbak staat naast de kast, maar die hebben eveneens verschillende hoogtes. Ik besluit dat voorbeeld niet te gebruiken. Je moet kinderen niet onnodig op ideeën brengen.

    “Je hebt die groene stoel niet nodig.”

    Hij kijkt naar zijn rode stoel alsof ik zojuist heb bekend dat hij op een omgekeerde emmer zit.

    “Maar deze zit niet lekker.”

    Dat probleem heeft zich opvallend genoeg pas ontwikkeld nadat hij de stoel van zijn vriend had bekeken.

    Hij probeert nog een andere route.

    “Mijn voeten staan raar.”

    Ik kijk.

    Zijn voeten staan op de grond. Vrij normaal zelfs. Geen alarmerende stand, geen directe aanleiding om een fysiotherapeut te bellen.

    “Volgens mij gaat het prima.”

    Hij zucht. Zwaar. Het soort zucht dat normaal gesproken hoort bij een man die na veertig dienstjaren hoort dat zijn pensioenregeling is gewijzigd.

    Tijdens het zelfstandig werken zie ik hem meerdere keren naar de groene stoel kijken. Er zit verlangen in die blik. Status. Mogelijkheden. Alsof die stoel hem niet een paar centimeter hoger zet, maar rechtstreeks toegang geeft tot een beter leven.

    In de pauze probeert hij hem alsnog even uit.

    “Zie je wel, meester. Deze zit veel beter.”

    Zijn voeten bungelen bijna boven de grond.

    “Je zit er veel te hoog op.”

    “Dat geeft niet.”

    Natuurlijk niet. Details staan vooruitgang altijd in de weg.

    Uiteindelijk stuur ik hem terug naar zijn rode stoel. Met enige tegenzin gaat hij zitten. Zijn vriend zegt dat de groene stoel eigenlijk ook niet zo lekker zit.

    Dat verandert alles.

    “Dan wil ik hem niet meer.”

    Binnen tien seconden is de strijd voorbij.

    Aan het einde van de dag schuif ik de stoelen aan. Elke tafel zijn eigen stoel. Een helder systeem.

    Morgenochtend zal iemand ongetwijfeld ontdekken dat hij eigenlijk recht heeft op een andere tafel.


    Mostra di più Mostra meno
    3 min
adbl_web_anon_alc_button_suppression_t1
Ancora nessuna recensione