Samenwerken
Impossibile aggiungere al carrello
Rimozione dalla Lista desideri non riuscita.
Non è stato possibile aggiungere il titolo alla Libreria
Non è stato possibile seguire il Podcast
Esecuzione del comando Non seguire più non riuscita
-
Letto da:
-
Di:
Samenwerken
9 oktober 2026
Vandaag deden we groepswerk. Vier leerlingen kregen samen één opdracht. Het idee was dat ze zouden overleggen, taken verdelen en gezamenlijk tot een goed resultaat zouden komen. Dat soort dingen staan ook altijd mooi in methodes. Daar heet het dan samenwerken. In de praktijk betekent het vooral dat vier kinderen aan dezelfde tafel zitten.
Ik verdeelde de groepjes en legde de opdracht uit. Ze moesten samen een poster maken. Er moesten drie onderdelen op komen, iedereen moest iets bijdragen en aan het einde zou één iemand kort presenteren. Vrij overzichtelijk, vond ik zelf.
Na drie minuten wist ik beter.
In het eerste groepje had één leerling het werk al volledig naar zich toegetrokken. Hij schreef, tekende en bepaalde wat er op de poster kwam. De andere drie accepteerden dat zonder veel protest. Eén van hen schreef vooral zijn naam bovenaan. Groot. Met een uitroepteken erachter.
“Je moet ook iets bijdragen,” zei ik.
“Dat heb ik gedaan.”
Hij wees naar zijn naam.
Het was inderdaad een bijdrage. Niet inhoudelijk, maar wel duidelijk aanwezig.
Aan de andere kant van de tafel zat een leerling al minutenlang te discussiëren over het lettertype.
“Dit moet met blokletters.”
“Waarom?”
“Omdat dat mooier is.”
Ik vroeg wat er tot nu toe inhoudelijk op de poster stond. Dat wist hij niet precies. Hij vond vooral dat de titel groter moest.
De vierde leerling had zich inmiddels volledig uit het project teruggetrokken en was met iemand van het groepje ernaast in gesprek geraakt over voetbal. Welke club kampioen zou worden, welke spits slecht was en waarom een scheidsrechter van afgelopen weekend “echt blind” moest zijn geweest.
Ik vroeg of hij wist wat de opdracht was.
“Ja hoor.”
“Wat dan?”
Hij keek naar de poster.
“Dit.”
Dat vond ik knap samengevat.
Tien minuten later ging ik opnieuw langs. De harde werker was nog steeds bezig. De naam stond inmiddels in drie kleuren bovenaan, het lettertype was na een langdurige onderhandeling vastgesteld en de voetbaldialoog had zich uitgebreid naar twee andere kinderen.
Ik vroeg of dit volgens hen goed samenwerken was.
“Ja,” zei iemand.
“Hoe dan?”
“We zijn toch samen?”
Daar zat technisch gezien weinig tussen.
Aan het einde presenteerden de groepjes hun werk. De leerling die alles had gedaan, gaf ook de volledige presentatie. De anderen stonden ernaast en knikten af en toe deskundig. Eén wees zelfs naar een stukje tekst dat hij zelf niet had geschreven.
Na afloop vroeg ik wat ze van groepswerk vonden.
“Leuk,” zei iemand.
Natuurlijk.
Ik vond het ook leerzaam.
Vooral voor mij.
Volgende keer krijgen ze allemaal gewoon een eigen vel papier.