Toevallig weer erbij
Impossibile aggiungere al carrello
Rimozione dalla Lista desideri non riuscita.
Non è stato possibile aggiungere il titolo alla Libreria
Non è stato possibile seguire il Podcast
Esecuzione del comando Non seguire più non riuscita
-
Letto da:
-
Di:
Er zijn leerlingen die weleens ergens bij betrokken zijn. Dat kan gebeuren. Een ruzie op het plein, een verdwenen gum, een stoel die ineens omvalt. En dan is er de onschuldige. Zij is opvallend vaak aanwezig op precies de plekken waar iets misgaat, maar heeft daar volgens eigen zeggen nooit enig aandeel in gehad.
Nooit.
Ik hoor haar naam bij een ruzie en vraag wat er gebeurd is. Zij haalt haar schouders op. Ze stond er alleen bij. Dat is een belangrijk verschil. Andere kinderen stonden er kennelijk óók bij, maar die hebben op de een of andere manier wel geduwd, geroepen of iets afgepakt. Zij niet. Zij was meer decor.
Bij een verdwenen pen hetzelfde verhaal. Iemand zegt dat zij hem als laatste had.
“Ja, maar ik heb hem teruggelegd.”
Waar?
“Gewoon.”
‘Gewoon’ is in groep 7 geen plaatsaanduiding. Het is een rookgordijn.
Een kwartier later ligt de pen in haar laatje.
Dat vindt zij zelf ook opmerkelijk.
“Geen idee hoe die daar komt.”
Natuurlijk niet.
Stoelen vallen bij haar eveneens spontaan om. Etuis schuiven zelfstandig van tafels. Papieren propjes ontstaan zonder menselijke tussenkomst en komen vervolgens toevallig in haar directe omgeving terecht. Als ik alleen haar verklaringen zou geloven, zou ik serieus moeten onderzoeken of ons lokaal last heeft van onverklaarbare natuurverschijnselen.
Het bijzondere is haar overtuiging. Ze kijkt je aan met een gezicht waarop geen spoor van twijfel te vinden is. Niet brutaal, niet uitdagend. Meer beledigd door het idee dat je haar überhaupt iets vraagt.
“Maar meester, ik deed echt niks.”
Dat is meestal het moment waarop drie klasgenoten tegelijk beginnen te praten.
Volgens de één duwde ze wel. Volgens de ander pakte ze iets af. Een derde zegt dat zij “alleen begon met zeggen”. Dat laatste is ook zo’n prachtige categorie: beginnen met zeggen. Alsof woorden verder geen gevolgen hebben.
Ik probeer dan uit te zoeken wat er werkelijk gebeurde, wat meestal leidt tot nog meer versies. Uiteindelijk heb ik zes verklaringen, drie halve waarheden en één leerling die nog steeds volhoudt dat ze toevallig midden in het geheel stond.
Toch zit er ook iets indrukwekkends in. Dat rotsvaste geloof in de eigen onschuld. Ik zou willen dat ik zo door het leven kon. Vergeten afspraak? Toeval. Te laat? Omstandigheden. Verkeerde afslag? De weg lag verkeerd.
Maar goed, ik moet haar ook iets leren over verantwoordelijkheid.
Dus leg ik uit dat je soms best kunt zeggen: ja, dat deed ik.
Ze knikt.
Heel serieus.
En vijf minuten later valt er achter haar een stoel om.
Ik kijk op.
Zij ook.
“Meester, ik zat er niet eens aan.”
Dat had ik eigenlijk al verwacht.