Bezwaar tegen alles
Impossibile aggiungere al carrello
Rimozione dalla Lista desideri non riuscita.
Non è stato possibile aggiungere il titolo alla Libreria
Non è stato possibile seguire il Podcast
Esecuzione del comando Non seguire più non riuscita
-
Letto da:
-
Di:
In iedere klas zit er één. Soms twee, als je in een slecht jaar bent ingedeeld. De mopperaar. Een leerling die niet zozeer deelneemt aan het onderwijs, maar er dagelijks formeel bezwaar tegen lijkt aan te tekenen.
De mopperaar begint meestal al voordat duidelijk is wat we gaan doen. Zodra ik zeg: “Pak je schrift,” klinkt ergens een diepe zucht. Niet zomaar een zucht, maar eentje waarmee duidelijk wordt gemaakt dat het leven opnieuw een onredelijke wending heeft genomen. Alsof ik zojuist heb aangekondigd dat we de rest van de ochtend stenen gaan verplaatsen op een industrieterrein.
Bij rekenen is het te moeilijk. Bij taal is het te veel schrijven. Begrijpend lezen duurt te lang en stillezen is saai. Als we naar buiten gaan, is het koud. Als de zon schijnt, is het warm. Bij gym zijn de teams oneerlijk, het spel stom en de bal óf te hard óf juist waardeloos opgepompt. Ik vermoed dat deze kinderen later uitstekend functioneren bij een klantenservice. Niet als medewerker, maar aan de andere kant van de lijn.
Het bijzondere is dat ook leuke dingen moeiteloos kapotgeredeneerd worden. Ik kan op vrijdagmiddag aankondigen dat we geen gewone les doen, maar een spelmiddag houden, en binnen twintig seconden is er iemand die vraagt welke spellen. Daarna volgt een korte inventarisatie waaruit blijkt dat precies die spellen verkeerd zijn.
“Meester, moeten we dan verplicht meedoen?”
Dat woord ‘verplicht’ doet veel werk in groep 7. Een speurtocht wordt met één toevoeging een schending van de mensenrechten.
Een tijdje geleden mochten de kinderen kiezen tussen tekenen, een gezelschapsspel of iets bouwen. Drie mogelijkheden, speciaal bedacht om niemand ongelukkig te maken. De mopperaar keek alsof ik hem had gevraagd te kiezen welke kies ik zonder verdoving zou trekken.
“Maar ik vind eigenlijk niks hiervan leuk.”
Dat kan natuurlijk. Vrijheid is ook ingewikkeld.
Ik probeer bij dit soort leerlingen altijd rustig te blijven. Dat staat professioneel. Van binnen voer ik ondertussen gesprekken met mezelf die niet in het schoolplan staan. Ik leg uit dat niet alles in het leven precies op het juiste moment leuk, gemakkelijk en kort is. Dat sommige dingen gewoon moeten. Dat oefenen soms saai is. Dat je niet bij iedere opdracht eerst hoeft te onderhandelen alsof je namens een vakbond aan tafel zit.
Meestal knikt de mopperaar dan begrijpend.
Daarna vraagt hij hoeveel opdrachten we nog moeten.
Toch zou ik hem missen als hij er niet was. Een klas zonder mopperaar zou onnatuurlijk stil zijn, alsof er iets defect is. Bovendien houdt hij mij scherp. Als ik denk dat ik eindelijk een les heb bedacht waar niemand iets op kan aanmerken, hoef ik alleen maar zijn kant op te kijken.
Hij vindt wel iets.
En irritant genoeg heeft hij soms nog gelijk ook.